Jitske (36) doet een sessie om het verdriet over haar overleden moeder beter te hanteren en daarmee een hernieuwde verbinding te maken met haar vader.

Op 30 jarige leeftijd overleed Jitskes moeder. “Het voelde alsof de grond onder mijn voeten wegviel. Ik was erg verbonden met mijn moeder, zij bepaalde op een goede manier veel in mijn leven. Toen zij wegviel, wist ik niet meer wat ik moest doen. Hoewel het contact met mijn vader goed is, kon ik voor mijn gevoel niet met mijn vragen en verdriet bij hem terecht. We hadden nooit over zaken gepraat. En als ik eens een vraag stelde, kreeg ik een kort antwoord. Ik hield dan vrij snel op met verder vragen. Een gesprek over het leven hadden we eigenlijk nog nooit gehad.”

Overmensd door verdriet

Hoewel ze nu haar leven weer op de rit heeft, loopt Jitske er na zes jaar nog steeds tegen aan dat het verdriet om haar moeder ineens totaal de overhand kan nemen. Laatst nog had ze een cursus leiderschap in het kader van haar werk“Al meteen de eerste dag knapte er tijdens een oefening iets in mij en ik ging helemaal op slot. Ik voelde zoveel verdriet en gemis, ik schoot helemaal vol, maar ik ging niet huilen, want ik wilde het niet daar op dat moment en met die groep delen, dus ik onderdrukte het en ging wandelen in de pauze met het idee dat ik het dan wel kwijt zou raken. Toen ik terugkwam gebeurde er iets heel kleins en het was meteen weer helemaal aanwezig. Het verdriet zit op zulke momenten ‘in de weg’. Ik wil eigenlijk niet meer dat het zo mijn leven kan beheersen.”

Verbinding maken met een ander

Ik vertel haar dat je nog zo hard in je eentje, op jezelf, kunt huilen of gefrustreerd zijn, in je eigen kamer, veilig, waar je jezelf helemaal kunt laten gaan, maar  het werkt altijd tijdelijk. De werkelijk opluchting komt pas als je het daarna in verbinding brengt met een ander. Het maakt ons tot mens, dat we gevoelens kennen van lijden, en vanuit daar verbinding maken met een ander mens/levend wezen. Ik vraag haar wat ze al heeft gedaan aan rouw, aangezien ze o,a. bij me is gekomen, om een opening te bieden voor haar verdriet en gevoelens. Na haar antwoord begrijp ik dat het nodig is om haar weer in contact te brengen met de puber in haar en dat ze diep verlangt naar contact met haar vader. Ieder van ons heeft nog steeds de puber in ons, het niet meer jonge kind dat de wereld ontdekt en van alles wil weten. De puber wil begrijpen wat er waar is en hoe zaken werken, wat de wereld kan betekenen voor het kind en andersom. De eigenschappen van de puber kunnen ons bijstaan om te begrijpen en vooral te veranderen waarom we nu vastlopen. Dat doen we zo.

Herschrijven van verleden

Ik vraag haar een situatie uit haar onderbewuste te laten opkomen, waarin ze puber was en alleen met haar vader.

Ze ziet verschillende scènes achter elkaar, maar naar de eerste scène keren we terug. Daarin dobbert ze met haar vader in een bootje, op een meer, ergens in een vakantieland. Ze roeien en haar vader vertelt over de gebeurtenissen van het gezin van de vorige dag. Er was iets voorgevallen en “Hij lijkt steun te zoeken bij mij, voor bevestiging en ook wil hij gezien worden. Ik ben twaalf, ik zie mezelf als klein, ik zoek wel zelfvertrouwen geloof ik, maar weet niet hoe ik het kan vragen aan mijn ouders, dat hebben ze me nooit geleerd, om vragen te formuleren, dus val ik vaak stil.” Kun je beginnen met je vader zien, een verbinding maken en hem bevestiging geven, als de volwassen vrouw die je nu bent. [even voor de goede orde, dit gebeurt allemaal in het levendige droombeeld van Jitske]  “Ja dat kan ik.” Fijn, dan kan Jitske beginnen met het proeven en proberen van dat wat ze heel graag wil doen, maar nog nooit heeft gedurfd door te zetten: een echt gesprek beginnen met haar vader.

Wat zou je je vader willen vragen, vraag ik haar.

“Hoe kan ik voor mezelf opkomen.”

En hoe reageert hij?

“Niet. Hij zegt niets.”

Probeer maar een volgende vraag. Proef de woorden, maak maar een zin.

“Ik wil graag een echt gesprek voeren met jou, maar ik weet niet hoe, kun je me helpen hoe dat te doen?”

En?

“Mijn vader kijkt verwonderd, niet negatief, juist eerder positief. Hij zegt: Hoe dat zo?”

“Ik wil graag weten wat je voelt, wat er in je omgaat, waar je mee zit en hoe ik jou daarmee kan helpen?”

“Dat zijn te veel vragen, hij valt stil.”

Misschien kun je focussen, opper ik.

“Papa, ben je gelukkig?”

“Ik krijg niet echt een duidelijk antwoord.”

“Papa, zou je iets willen veranderen zodat je gelukkiger bent dan je nu bent?”

“Hij kijkt me begripvol aan en haalt zijn schouders op.”

“Ik zie nu wat er gebeurt. Ik vul zijn antwoorden vanuit mijn hoofd in, maar als ik werkelijk naar mijn gevoel luister, heb ik geen idee wat zijn antwoorden zouden zijn. Omdat ik nooit de echte vragen stel. Maar ik zie nu dat als ik die vragen wél stel, er best ruimte is. Hij vindt het niet vervelend. Hij lijkt het te waarderen dat er echte vragen aan hem gesteld worden, die er toe doen en de kern raken.”

Je zou hem bijv. kunnen vragen, “Papa wat wil je dat ik ga ontdekken?”, of “Wat heb je zelf ontdekt in jouw pubertijd?”.

Zelf in actie komen

Waar Jitske achterkomt is dat ze zelf in actie kan komen, wanneer er een vraag leeft in haar. Dat haar vader stiller is, en minder spraakzaam maakt hem nog niet onwillend voor een gesprek. Als zij meer contact wil met haar vader, zal ze toch echt zelf meer openingen mogen maken voor haar en haar vader, nu haar moeder er niet meer is om het gesprek te voeren. Met het bewustzijn van een volwassene en het verlangen naar  verbinding van de 12-jarige, hoeft ze zich niet bij de eerste afwezige reactie neer te leggen. Ze heeft gezien, dat ze dichtbij haar eigen ervaringen kan blijven en doorvragen. Wie ziet is aan zet. We sluiten de oefening af met verbinding maken met zichzelf als 12 jarig meisje, zodat Jitske vanaf nu weer bewust de waarheidszoekende kracht van zichzelf ter hand neemt. Een grote glimlach verschijnt op haar gezicht. “Ik ga het gesprek gewoon aan.”

consequat. et, porta. velit, accumsan leo. ipsum
X