“Mezelf opofferen hoeft echt niet meer”, zei zij, toen iemand haar vroeg: “Zeg, ben jij moeder Theresa?” Toen haar zus stierf, had ze een tijd lang ruimte geboden aan de ziel van haar zus zodat deze rustig kon vertrekken. Ze ging er anders door praten, denken, voelen. Toen ze haar eerste man ontmoette had ze ingestemd om vrij snel te trouwen, terwijl ze daar zelf totaal niet mee bezig was en er ook geen behoefte aan had. De verbinding raakte erdoor danig verstrikt. Toen ze voelde dat ze meer kon geven dan trouwen, werken en kinderen krijgen, beloofde ze dat ze als een missionaris zou klaar staan voor anderen, mensen zou helpen. Dat hielp uiteindelijk haar gezin niet echt, want er ontstond spanning tussen het helpen en er zijn voor haar gezin.

Het besef ontstond dat ze misschien iets deed wat niet helemaal ‘recht’ was, maar ook krom. In haar hart voelde ze wel dat het fijn was wanneer je niet je ego voorrang gaf, maar ruimte kon geven aan de noden van anderen. Daarmee gaf je anderen de kans om zich te ontwikkelen. Ze konden dan iets doen wat hen zonder jouw hulp misschien niet gelukt was.  Bovendien als je toch niet precies wist wat je zelf wilde, kon je net zo goed voor een ander klaarstaan. Hoe kon het dan dat ze toch leeg liep, er verwarring ontstond en ze gebukt ging onder verwachtingen?

De bevrijding ontstond toen ze besefte dat haar klaarstaan voor anderen geregeerd werd door automatismen. Haar overwegingen waren onderhevig aan patronen van schuld, goed willen doen, gezien willen worden en te weinig kennis en verbinding ervaren met haar schitterende zelf. Door het automatisch klaarstaan voor anderen kwam ze niet meer toe aan het leven van haar eigen zielsverlangen oftewel de essentie die haar tot haar maakte en niet tot de buurvrouw. De grond-stof van haar bestaan wilde vorm krijgen, als klei dat je kneedt tot een lichaam en dan met leven inblaast. “Ik kan het leven van anderen niet leiden. Ik kan niet de grond-stof van anderen kneden tot een levend wezen. Dat kan ik alleen met mijn eigen leven”, realiseerde ze zich.

Er was dus iets nodig in haar opofferende gedrag. Het automatisme ‘moest’ plaatsmaken voor bewust-zijn. Klaar staan voor anderen bleef prachtig, maar wel als het ook voortkwam uit haar eigen verlangen en niet om alleen om dat van een ander te stillen of pijn bij anderen te willen vermijden.

Meditatie hielp daar bij. Het letterlijk stil-staan en stil-zitten bracht de innerlijke ruimte die nodig was om een beslissing te kunnen nemen vanuit verbinding met haar prachtige zelf. De stilte gaf haar de mogelijkheid om te luisteren naar wat er gaande was in haar en niet te reageren vanuit leegte of een emotionele behoefte. Zo kon ze zichzelf tijd bieden in haar reacties, situaties ruimer inschatten en haar eigen rol helder krijgen naast die van de ander. Het gaf haar accuraatheid in haar handelen en ze liep niet meer leeg op verwachtingen van zichzelf of een ander.

Even was ze bang dat ze door te stoppen met automatisch klaar staan voor anderen een koud wezen zou worden, dat de warmte voor anderen zou verdwijnen. Maar het tegenover gestelde gebeurde. Haar hart ging nog verder open. Het verlangen om er voor anderen te zijn, is onverminderd groot. Hoe meer ze realiseert uit welke grond-stof zij zelf gebouwd is, hoe meer ze de grond-stof van anderen kan gaan herkennen en de ruimte kan geven om zich te vormen. Ze vind het nog steeds leuk om anderen te verwarmen met haar eigen vonkjes, dingen te doen voor anderen. Of die vonkjes dan daadwerkelijk aanslaan en bij de ander in vuur en vlam omgezet worden, dat maakt in wezen niet meer uit. Haar eigen vuur knispert inmiddels gestaag door.

Geinspireerd, spreekt het je aan en wil je hier zelf meer mee doen? Ik geef 9 december een workshop hierover

van opoffering naar zelfzorg en compassie

 

 

felis quis, dolor. id libero consectetur lectus sit luctus
X